Vaginisme en de rust removers

Vaginisme en de rust removers

Onlangs kreeg ik een verzoek om reclame te maken op mijn website over “Rust removers”. Het was natuurlijk naar aanleiding van een artikel over vaginisme. Ze schreven: "Je website heeft ons waardevolle info gegeven om mee te werken. Je hebt indrukwekkende activiteiten ondernomen en onze hele groep is kan je daar dankbaar voor zijn." Huh? Ik vroeg me af wat ze bedoelden. Wilden ze je van je rust afhelpen? Rust roest, heb ik weleens gehoord, maar het was echt nieuw voor mij dat dat ook op zou kunnen gaan bij vaginisme.

Enig onderzoek toonde aan dat ze het hadden over roest verwijderaar. Wat had dat met vaginisme te maken? Een roestige vagina misschien? Deze reclame ging het niet worden, dat was wel duidelijk. Waarom schrijf ik hier dan over?

Dat is omdat vaginisme voor velen een behoorlijk hardnekkige klacht is, net als roest. En die "roest" wordt veroorzaakt door bepaalde hardnekkige fenomenen. Er is wel iets aan te doen, maar je moet wel bereid zijn om wat diepergaand zelfonderzoek te doen om die fenomenen op te sporen en te gaan herkennen. Daarna kan het therapeutisch ook aangepakt worden. Er blijkt dan dat je oorzaken van je vaginisme ooit een keuze zijn geweest. En die keuze leeft nog steeds voort, ook al wil je het allang niet meer. De wortels van je vaginisme ben je je waarschijnlijk al lang niet meer bewust. Toen je die keuze maakte, was je je hoogst waarschijnlijk niet bewust dat het tot vaginisme zou kunnen leiden. Hieronder volgen enkele voorbeelden van roestige fenomenen.

Voorbeelden van roestige fenomenen bij vaginisme

Voorbeeld 1:  irrationele overtuigingen over seks en over jouw identiteit als vrouw

Wat weleens vastgeroest zit bij vaginistisch reagerende vrouwen is hun denkpatroon over seks. Hardnekkige en flink vastgeroeste gedachten zoals : “Ik moet seks hebben, ik moet seks willen hebben” en daarmee wordt dan meestal bedoeld “penetratie”. “En als het niet lukt dan ben ik een waardeloze vrouw, of dan ben ik geen echte vrouw.” Dit zijn hardnekkig vastgeroeste gedachten over seks en identiteit, die meestal prima werken als vaginisme versterker en die je helemaal niet helpen om je vaginisme op te lossen. In tegendeel. Ze verhinderen je om te onderzoeken hoe jij je vaginisme in stand houdt, en hoe jij het anders zou kunnen doen. Dit soort gedachten kunnen een obcessie worden, een grote muur die voorkomt dat jij je oplossingen vindt, tenzij je bereid bent om het anders te gaan doen. Ben jij bereid om te stoppen met het telkens weer opzetten van diezelfde muur? Ben jij bereid om te gaan onderzoeken wat er achter die muur zit?

Voorbeeld 2: een roestige irationele overtuiging dat jij machteloos en hulpeloos bent en dat je er niets aan kunt doen

Dit type overtuiging zorgt ervoor dat je je afhankelijk blijft maken van je omgeving. Echter; de mensen in je omgeving zullen  altijd blijven doen wat in hun eigen belang is, ook al willen ze je best weleens helpen. De controle over hun gedrag, gedachten, hun emoties en hun oordelen zul je nooit krijgen. En zolang jij je afhankelijk, machteloos en hulpeloos blijft opstellen, kan dat je angst en onzekerheid versterken, die weer tot kramp kan leiden. En verkrampen is de lichamelijke actie die leidt tot vaginisme. Je kan beter ervoor gaan zorgen dat jij goed voor jezelf zorgt, en dat je goed voor je eigen belang opkomt. Liefst met behoud van goede relaties. Maar soms is het onvermijdelijk dat je dan iets doet wat een ander niet wil. Dan heb je een conflict. Kan jij jezelf conflicten toestaan?

Voorbeeld 3: je aanpassen aan inadequaat gedrag van je omgeving, en je daarmee blijven identificeren

Dit is een typische reactie die vaak optreedt bij kinderen wiens ouders niet adequaat op hen reageren. De ware gevoelens, wensen, verlangens, behoeften, noden en grenzen van het kind worden dan niet gerespecteerd, genegeerd of ontkend, uit onvermogen van de ouders. Het kind past zich aan. Het moet wel. Een goed boek op dit gebied is Drama van het begaafde kind van Alice Miller. Het leest niet gemakkelijk, maar geeft wel inzicht. Een ander voorbeeld vind je in mijn artikelenserie vaginisme en de wekker. Doordat de ware gevoelens, wensen, verlangens, behoeften, noden en grenzen van het kind door de volwassenen genegeerd en overruled worden, leert het kind dat het die zelf ook moet negeren. Dat het kind dat allemaal negeert -om de pijn ervan maar niet meer te hoeven voelen-, wordt door het kind op den duur vergeten. Wat blijft is een gevoel van ongenoegen, onvrede, frustratie, boosheid, depressie of leegte. En dat leidt allemaal tot spanning die direct kan leiden tot vaginisme. En tot een heleboel andere nare mechanismen. Het kan leiden tot relatieproblemen, want als je je innerlijke waarheid negeert omdat je dat geleerd hebt, dan doe je dat ook in relatie tot je geliefde. En dan kan je niet jezelf zijn. En hij kan jou niet echt leren kennen. Ben jij bereid om je onderdrukte innerlijke waarheid te gaan erkennen?

Voorbeeld 4: gefixeerd blijven op machtsconflicten

Herken je dat? Elke keer als iemand je iets wil afdwingen, dat jij dan in een soort gefixeerde stuip raakt? Raak je helemaal gefixeerd op het conflict omdat die ander jou niet wil/kan horen, zien, begrijpen, niet kan inzien wat jij wel inziet, en blijft die ander jou dwingen om dingen te doen die jij niet wilt? Sommige mensen reageren op dit type gedrag met onverschilligheid, anderen maken zich er heel erg druk om, weer anderen onderwerpen zich aan zo'n tiran. Afhankelijk van het type reactie dat jouw automatische voorkeur heeft, zal je met meer of minder spanning reageren. Als dit een overlevingspatroon is uit je jeugd, dan zal je dat mogelijk ook herhalen in relatie met je partner. Mogelijk zelfs dat je je partner uitkiest op dit vervelende patroon. Men zegt weleens: mannen kiezen kopieën van hun moeder als partner, en vrouwen kopieën van hun vader. Het komt inderdaad vaak voor. En juist in die onbewuste herhalingsdwang ontstaan de relatieconflicten die tevens je kans op groei vormen. En dat is een heel belangrijke functie van relaties: dat jij je erdoor kan ontwikkelen. Juist door wat er niet werkt. Dat wordt dan je uitdaging.

Voorbeeld 5: een gebrek aan vrije wilskracht door een psychologische tangconstructie

Vaginisme kan je zien als een verstoring van de vrije wil. Dat blijkt al uit de beschrijving van de klacht: " je wil graag geslachtsgemeenschap kunnen hebben, maar je kan het niet".  Dit betekent niet dat een vaginistisch reagerende vrouw geen wilskracht heeft. Dat heb je wel degelijk. Alleen die wilskracht is niet vrij inzetbaar. Je kan wel denken: "Ik wil het kunnen", "Ik moet het kunnen", maar zo werkt het niet. Je kan het ook wel, alleen nu nog niet, en niet op de manieren waarop je het tot nu toe gepoogd hebt, en niet op de voorwaarden waarop je het tot nu toe gepoogd hebt.

Willen maar niet kunnen is soms een onderdeel van een wat ingewikkelde psychologische tangconstructie. 1. Je verlangt iets, maar 2. je hebt er ook weerstand tegen, en daar zijn redenen voor. En 3.  je wil het toch, dus je verzet je tegen je weerstand. Bovendien is het iets waar 4. je wellicht ook boos over kan worden, omdat 5. je je onmachtig voelt om het op te lossen. En die onmacht heeft te maken met het onzichtbare of het onacceptabele deel van je tangconstructie.  Je bent als het ware in gevecht met jezelf. Het ene deel in jou verlangt, het andere deel in jou verlangt iets anders, maar dat is voor jou niet acceptabel en daardoor druk je het weg (je weerstand). En als je daar dan weer mee geconfronteerd wordt, kan je je behoorlijk machteloos voelen. Sommige vrouwen hebben als volgende laag in het verhaal ook nog eens 6. een ongezond wantrouwen jegens elke potentiële partner opgebouwd. Het wantrouwen is dan een manier om de woede over het onacceptabele deel van de constructie te hanteren.  En met dat gelaagde onzichtbare scenario wordt het heel moeilijk om op een adequate manier een seksuele liefdesrelatie op te bouwen. Ga er maar aan staan.

Nota bene: wat ik bij voorbeeld 5 schrijf over wantrouwen is een voorbeeld van een ongezond wantrouwen. Er zijn gezonde en ongezonde vormen van wantrouwen. Soms is het heel verstandig om te wantrouwen. De kunst is om het onderscheid te kunnen maken.

Vervolg van voorbeeld 5: Om je vaginisme op te lossen is het dan eerst nodig om te stoppen met wantrouwen en om de tangconstructie te ontmantelen. Wantrouwen is een omzetting van boosheid over iets wat je niet wil.

Een eerste stap zou dus kunnen zijn: op elk moment dat jij geneigd bent je partner te wantrouwen: stop het wantrouwen, en sta je boosheid toe over het feit dat er iets gebeurt wat jij niet wilt. Erken dat het iets van jou is. Mogelijk heeft het helemaal niets met hem te maken.

Stap 2: onderzoek je weerstand tegen datgene wat je zo graag wil. Wat zijn die redenen? Wat zijn de voordelen van het niet kunnen hebben van penetratie? Wat hoef je dan niet te doen of wat hoef je dan niet te kunnen? Wat wil je niet weten van jezelf? De antwoorden op deze en andere vragen tonen je aan waarom en hoe jij je macht over jezelf weggedaan hebt. En hoe je je wilskracht hebt gebruikt om dat te realiseren.

Tot slot

Als er dus iets verroest is bij vaginisme, dan is dat mogelijk a. je denken over situaties in je intieme relaties, en over je vaginisme, en b. je reactie op situaties en in het bijzonder je automatische reactie op inadequate gedragspatronen bij je opvoeders. Elke keer als je deze inadequate gedragspatronen opnieuw tegenkomt bij andere mensen, bijvoorbeeld je partner, dan wordt jouw unieke roestige reactiepatroon weer geactiveerd. Ligt het aan de partner? Dat is nog maar helemaal de vraag. Men zegt weleens dat het universum alleen maar in jezelf bestaat. Het is een oer oude wijsheid. De wijze waarop jij je partner beleeft zou weleens meer over jezelf kunnen zeggen dan over hem. Als je je vastgeroeste ideeën over een relatie, seks, je partner loslaat kunnen er heel nieuwe dingen gebeuren.

Als je je vastgeroeste irrationele belemmerende gedachten over seks en vaginisme en over die inadequate gedragspatronen kunt losweken, dan kan je weer als nieuw op onderzoek uitgaan. Je kan weer nieuwe vragen gaan stellen. Waar geniet je van? Wat maakt je blij? Hoe kan je genieten van samenzijn zonder dat er iets moet? Er hoeft niets.  Je hoeft nergens naar toe. Je bent er al.

Fantaseer eens over een relatie met een partner die zó anders is dan de partner die je nu denkt te hebben, dat je volkomen kan ontspannen tijdens het verleidingsspel. Stel je voor dat je partner 100 % veilig is en tegelijk opwindend. Wat zou hij bedenken voor jou om ervoor te zorgen dat jij je nog meer op je gemak voelt bij hem zodat je open kunt gaan? Denk je echt dat jou partner wil dat jij je zelf telkens weer overstuur maakt met van die bang makende gedachten waarbij je zeker weet dat het je niet gaat lukken? Vast niet. Wat moet er veranderen om het voor jou mogelijk te maken om open te gaan?

Wat maakt die irrationele overtuigingen dat het moet en dat je het moet willen en kunnen –zonder met jezelf rekening te houden- nou zo aantrekkelijk voor jou? Het helpt je helemaal niet om jezelf daar keer op keer weer in vast te draaien. Misschien heb je inderdaad een ontroester nodig om je geest weer te verruimen.

Verruim je geest, ontdek het kind in jezelf opnieuw en ontdek weer hoe het is om te spelen.