Redenen om niet in behandeling te gaan voor vaginisme

Al eerder schreef ik een artikel over de vraag waarom je in behandeling zou moeten gaan als je last hebt van vaginisme. Maar nu zijn de redenen aan de beurt waarom je niet in behandeling zou moeten gaan voor vaginisme. Die redenen kunnen er namelijk ook zijn. De aanleiding om dit artikel te schrijven was dat ik onlangs voor het eerst in mijn carrière als seksuoloog een cliënt met vaginisme voortijdig heb ontslagen van behandeling.

Cliënten kunnen soms zwaarwegende redenen hebben om de oorzaken van hun vaginisme niet op te hoeven lossen. Dan blijven zij hun vaginisme houden. Het vaginisme is namelijk alleen oplosbaar als je de oorzaken en in stand houders van zo’n klacht oplost en opheft.

Hieronder volgt een aantal voorbeelden van cliënten bij wie succesvolle behandeling van hun vaginisme uiteindelijk niet hun eigen voorkeur bleek te hebben.

1 Voortijdig ontslag uit behandeling

Zoals gezegd heb ik dus onlangs een cliënte voortijdig uit behandeling ontslagen. De belangrijkste reden voor mij was dat zij zich niet aan afspraken hield en dat zij op een onbetrouwbare wijze met mij omging. Naar mijn idee had cliente - bij nader inzien- redenen om bepaalde oorzaken van haar vaginisme liever in stand te houden. Hieronder een beschrijving.

Deze vrouw bleek een erg dwingende vrouw te zijn. Ze was zeer dwingend in het voeren van monologen. Het was zo erg, dat ik in de intake en tijdens het onderzoek er niet in slaagde om haar te onderbreken om een vraag te stellen of reacties te geven op haar verhalen.

Er was veel te zeggen over haar verhalen. Ze kon erg uitgebreid ingaan op details die ik minder belangrijk vond, en belangrijke informatie waar ik naar wilde vragen liet ze weg. Ook zei ze dingen waar ik zo mijn vraagtekens bij had en waar ik dus echt op reageerde.

Maar mevrouw liet zich op geen enkele manier onderbreken. Deed ik dat toch, dan ging ze alleen maar harder en dwingender praten. Het werd duidelijk dat haar grootste probleem was haar dwang en haar tirannie.

Het was zo erg dat ik haar zei dat dit eerst moest veranderen, en anders nam ik haar niet in behandeling. Want: zo kan ik mijn werk niet doen. De vraag die in mij opkwam was: wil deze vrouw wel geholpen worden?

Haar verhalen had ze aan alle kanten dichtgetimmerd en daar mocht niets of niemand tussenkomen. Haar partner die ik ook eenmaal sprak vertelde dat ze dat bij hem ook deed. Ook op haar werk kreeg ze feedback dat ze niet kon luisteren en zo lang alleen maar aan het woord was. De gedrevenheid en de dwang waarmee ze dat deed, verried grote woede. Toch zei ze dat ze nooit kwaad was.

Interessant probleem. Het is duidelijk dat, als je alles in je leven onder grote dwang doet, dat je dan erg gespannen moet zijn. Dat kan niet anders. Een dwangleven waarbij je alles op alles zet om iedereen om je heen te tirannisseren door iedereen te dwingen zich aan te passen aan jouw eigen dwangstoornis, moet wel leiden tot vaginisme. Vaginisme was haar aanmeldingsklacht. Daarnaast had ze grote moeite met contact maken. Geen wonder, met al die dwang, en al dat negeren van de reacties van anderen om haar heen.

Ik heb haar verteld dat de belangrijkste stap in het proces was om de dwang te doorbreken en het leren voelen van haar gevoelens, ook al zijn die wellicht onacceptabel voor haar. Mevrouw stelde in zoverre bij dat ze iets meer ruimte liet voor mij om vragen en opmerkingen te maken. Maar de samenwerking was nog steeds niet ideaal.

Daarnaast hield zij zich niet aan afspraken:

-Ze hield zich niet aan tijdsafspraken en vond het doodnormaal om een kwartier of een half uur te laat te komen, of ze kwam helemaal niet, en als ik haar dan belde lag het aan haar partner. Die had de wekker moeten zetten. Huh? Kan ze dat zelf niet? Ze lag nog in bed.

-Ook hield ze zich niet aan betaalafspraken. De enige reden die ze daarvoor opgaf was dat ze het zo ook wel netjes vond. Maar dat hadden we niet afgesproken. Ik confronteerde haar ermee dat ze zich niet aan de afspraak hield en dat ik daar niet mee akkoord was. Als er financiele moeilijkheden zijn en een client noemt dat, dan ben ik vaak wel bereid om samen naar een oplossing te kijken. Maar dit vond ik geen stijl.

-Daarna ging het twee keer goed en vervolgens ging het weer mis. Ze loog meermalen dat ze betaald had terwijl dat niet zo was, en ik mijn geld pas veel later kreeg. Vervolgens hield ze zich niet aan de annuleringsregeling toen ze de avond van tevoren een afspraak annuleerde per email. De sessie zou de volgende ochtend om 9.00 uur plaatsvinden. Ik wees haar op de annuleringsregeling en nodigde haar uit om toch te komen, want dat is toch zonde van je geld. Daarop weigerde ze te betalen en te komen. Ik gaf aan dat ik dan incasso zou inschakelen. Ze gaf toen zelfs aan dat ze tegen het incassobureau zou gaan liegen dat de afspraak slechts 30 minuten betrof, terwijl ze meestal aan sessies van een uur niet voldoende had. Ze gaf me in een email dus te kennen dat ze me ging oplichten.

Toen zij me die email stuurde was voor mij de maat vol. Dit was de directe aanleiding waarom ik haar ontsloeg. Want ook ik heb grenzen. Als er niet respectvol met mij wordt omgegaan, en als ik belazerd word, dan beëindig ik de therapeutische relatie.

Deze cliënte poogde de therapeut aan te passen aan haar tirannie, in plaats van zelf aan de oorzaken van haar vaginisme te werken: onder andere haar tirannie. En zo zal therapie nooit werken.

Het is niet erg als een client boos is op mij als therapeut. Woede komt soms op en maakt dan deel uit van het therapeutische proces. Als therapeut ben je soms een groot projectiescherm voor de cliënt. Cliënten kunnen van alles projecteren op een therapeut. Bijvoorbeeld, dan denken ze dat hun therapeut hetzelfde is als hun moeder of vader. Dat is niet erg. Dat geprojecteer kan je in de therapie bespreken. Het is zelfs handig als dat optreedt, omdat problemen die je al had voordat je in therapie ging, zich dan ook in de therapie voordoen. Dat maakt het makkelijker om er aan te werken. Er is zelfs een naam voor dit proces: het wordt overdracht genoemd. Het proces van overdracht is een fenomeen waarbij cliënten problemen die ze in hun leven hebben, herhalen in de therapie. Clienten gaan dan op de therapeut reageren zoals ze op anderen reageren met wie ze dat probleem al eerder hadden. Meestal hadden ze dat probleem dan met hun vader of moeder, vaak van jongs af aan. Soms herhalen ze de problemen die ze hebben met hun partner in de relatie met de therapeut. Voor een therapeut is dat niet vreemd. Maar ook als zich die problemen voordoen in de therapie, dan nog zijn er grenzen aan de wijze waarop een cliënt een therapeut kan behandelen. Als een cliënt over die grenzen heen gaat, dan kan er één of twee keer een waarschuwing volgen, maar als een cliënt die grenzen blijft overschrijden zoals in het bovenstaande geval, dan betekent dat onherroepelijk ontslag.

Je mag boos zijn op je therapeut, maar er zijn grenzen aan de wijzen waarop je die woede in de therapie aan de orde kunt stellen. Je mag boos zijn op mij als therapeut, en ik vind het prima als je me dat vertelt. Dan kunnen we daar aan werken.

Een aantal dingen kan je niet doen: je kan niet eenzijdig afspraken doorbreken zonder overleg, en je kan je therapeut niet oplichten of belazeren, je kan je therapeut niet onrespectvol bejegenen, schelden en fysiek geweld jegens personen of materialen wordt niet getolereerd, en de randvoorwaarden dienen gerespecteerd te worden. Daaronder valt: je houden aan tijdsafspraken, betalingsafspraken, annuleringsregeling, en het nemen van je eigen verantwoordelijkheid voor je doen en laten. Doe je dat niet, dan heeft het geen zin om in behandeling te gaan. In ieder geval niet bij mij.

Dit was dus een aantal redenen waarom behandeling bij mij niet reëel was voor deze cliënt.

Er kunnen ook andere soms heel verstandige redenen zijn waarom behandeling bij vaginisme soms geen zin heeft.

Wellicht vraag je je nu af of vaginisme altijd oplosbaar? Ik wou dat het waar was. Heel vaak is vaginisme oplosbaar, maar:
Er zijn clienten die liever hun vaginisme houden, want anders moeten ze de oorzaken oplossen. Soms zijn clienten zo verknocht aan de oorzaken van hun vaginisme, dat ze het zich niet kunnen permitteren om iets aan de oorzaken te doen. Deze clienten kiezen uiteindelijk meestal zelf om niet in therapie te gaan of om de therapie te verbreken.

In het vorige artikel in deze reeks beschreef ik waarom ik een vrouw voortijdig ontsloeg uit haar behandeling voor vaginisme. In dit eerste voorbeeld werden een aantal redenen duidelijk. Maar er kunnen meer redenen zijn om niet in behandeling te gaan als je last hebt van vaginisme.

Je kan hieronder een aantal voorbeelden nalezen van mensen voor wie het oplossen van vaginisme geen optie bleek te zijn. De gegevens zijn zodanig veranderd dat herkenning onmogelijk gemaakt is. Elke vermeende herkenning bestaat dus slechts in je eigen geest. Lees deze voorbeelden en ga na voor jezelf wat bij jou redenen kunnen zijn waarom je wel of niet in behandeling zou moeten gaan.

2 Workaholisme

Het tweede voorbeeld betreft een client die me vertelde dat ze een fantastisch leven had, maar dat er helaas een klein probleempje was. Ze had namelijk last van vaginisme. Het was een vrouw met een prachtige carriëre, en een overvol leven. Ze had het zo druk, 365 dagen per jaar, dat ze vrijwel nooit aan weekenden toekwam, en ze werkte ook door in de vakanties. Ze hield van haar werk en van haar leven. Ook ’s avonds werkte ze vaak door. In de weinige vrije tijd die ze vond ging ze direct uit: uit eten, naar de film, naar de kroeg. Als ze al eens een weekendje weg ging met haar geliefde, dan nog nam ze haar werk mee. Het risico bestond zelfs dan dat ze de volgende ochtend alweer terugging als het werk dat van haar vroeg. Ze vroeg mij of ze haar vaginisme bij mij niet kon oplossen met een ontspanningscursusje of zo iets. Ze was niet van plan om ook maar iets te veranderen in haar fantastische leven tot nu toe.

Deze vrouw kon ik niet helpen. Want door zo te leven creëer je een continue stress. Je bent dan voortdurend gespannen. En als je gespannen bent, dan zijn je bekkenbodemspieren ook gespannen. Een vaginistische reactie is dan onvermijdelijk. Deze vrouw besloot niet in therapie te gaan omdat voor haar de oplossing van haar vaginisme erger was dan het vaginisme zelf. Ze hield te veel van het leven zoals ze dat leidde. De tijd zal uitwijzen of ze daarmee een goed besluit heeft genomen.

3 Onverenigbare verhalen over de klacht

Een derde client was een man. Dit voorbeeld is al van jaren geleden. De man belde me omdat zijn vrouw reageerde met vaginisme, en dat duurde nu al zo lang. Dat kon niet langer zo. Er MOEST een oplossing gevonden worden. Ik betuigde mijn begrip voor zijn gevoel dat hij zo lang te kort kwam en stelde voor dat hij zijn vrouw zou vragen mij te bellen. Dit gebeurde. Mevrouw belde mij en ik vatte samen wat haar man me al had verteld. De vrouw reageerde verontwaardigd: “Ik vaginisme? Dat is in dertig jaar slechts éénmaal gebeurd!” Ik was verbaasd. “Wat is volgens u dan het probleem?”, vroeg ik. Mevrouw vertelde daarop dat haar man haar had belazerd door in vrouwenkleding rond te lopen op haar verjaardag. Ze was verbijsterd. Zij had nooit geweten van zijn voorliefde om zich in vrouwenkleding te hullen. Ik vroeg haar hoe lang dat geleden was. “10 jaar geleden”, zei ze. Ook dit was natuurlijk verbazingwekkend. Waarom komen ze nú met deze klacht terwijl het gaat over iets dat 10 jaar geleden gebeurd was? Er bleek dat de man had beloofd dit niet meer te zullen doen, maar hij was door een vriendin in de stad gezien in een jurk, en ook nog met hoge hakken en een spannende panty. Deze vriendin kwam dat haar vertellen. Mevrouw voelde zich belazerd, was woedend op hem, en haar man ontkende dat hij soms nog vrouwenkleren droeg.

Er was duidelijk sprake van een probleem dat anders in elkaar stak dan hoe de beide partners dat presenteerden. Ze wezen alleen naar elkaar en keken niet naar zichzelf. Ik nodigde ze uit op een intakegesprek en merkte dat ook tijdens dit gesprek zij niet op één lijn konden komen. Het leek wel alsof het over twee verschillende huwelijken ging. Ik besprak het voorval –natuurlijk zonder namen te noemen- met een seksuoloog die toen der tijd meer ervaring had dan ik. Hij zei toen: deze mensen zoeken geen behandeling. Ze zoeken een gemeenschappelijke vijand zodat ze bij elkaar kunnen blijven. Dan hoeven ze niet aan hun relatieproblemen te werken. En inderdaad: de afspraak voor een diepergaand onderzoek naar het wel en wee van hun problemen werd afgebeld. “Ze gingen het zelf weer proberen”.

4 Onvoldoende lijdensdruk

Veel vrouwen met vaginisme schamen zich zo voor de klacht, dat zij het liever verdringen. En dat is natuurlijk best begrijpelijk. Daardoor kan het in sommige gevallen ook nuttig zijn om niet in therapie te gaan. Als het onder ogen zien van een klacht te pijnlijk is, of te onacceptabel is vermijden soms een keuze. Onlangs kwam er een cliënte die zich openstelde in de intake en onderzoeksfase van de behandeling. Het leek goed mogelijk om met haar te werken. Maar nadat we besproken hadden hoe we zouden gaan werken leek het wel alsof cliente helemaal geen problemen meer had. Ze had haar klachten weer diep weggestopt.

Wat ik altijd afspreek met mijn clienten is dat zij zelf vertellen waar zij die ene sessie aan willen werken. Dan komen ze met een onderwerp of een situatie of een gebeurtenis waar ze zelf niet tevreden over zijn. Mijn taak is dan om de therapiemethoden toe te passen, zoals we van te voren hebben afgesproken. Deze cliente wist echter elke keer niet waar ze het over wilde hebben. Dat is natuurlijk merkwaardig, dus toen gingen we het daar over hebben.

Ik vroeg haar: “Hoe komt het dat je niet weet waar je aan wilt werken?” Het bleek heel moeilijk voor cliente om haar aandacht bij het probleem te houden. Dat is trouwens een prima probleem om aan te werken in de behandeling. Het is vaak goed behandelbaar - als je dat wilt. Deze vrouw besloot echter de behandeling af te breken.

Dat is niet persé een slechte keuze: wellicht was het gewoon niet het goede moment ervoor. Als je het naar je zin hebt in je leven, en je hebt op dat moment niet zo’n last van je klacht, dan kan je ervoor kiezen om er in die fase niets aan te doen. Je moet het ijzer namelijk smeden als het heet is. Je kan veel beter aan je klacht werken in een fase dat je daar echt last van hebt. Deze vrouw is welkom op het moment dat ze weer meer last krijgt van haar klacht, en dan kan ze waarschijnlijk goed geholpen worden.

5 Schizofrenie bij de partner

Er was een getrouwde vrouw met een goed seksleven die op een dag vaginisme ontwikkelde. Dit was het gevolg van het feit dat haar man schizofrenie ontwikkelde. Dat is natuurlijk heel erg als zo iets gebeurt. Het gevolg daarvan was dat hij niet meer in staat was om goede intimiteit met haar op te bouwen. De seks ging toen niet goed meer. Schizofrenie is een ziekte die in fasen verloopt. Zodra de ziekte weer begint op te komen verslechtert dan ook de seks. Als de ziekte weer voldoende onder controle is, is de client met schizofrenie weer beter in staat om contact te maken en intimiteit op te bouwen. In die fase kan de seks weer beter gaan. Omdat het vaginisme een gevolg was van de ziekte van haar partner had het voor haar geen zin om in therapie te gaan voor vaginisme. Haar man had hulp nodig. Het nare bij schizofrenie is, dat de medicatie vaak een negatief effect op de seks heeft. Daardoor kan degene met schizofrenie ook in de fasen waarin het wel goed gaat seksuele problemen hebben. Dat komt dan helaas door de medicatie, en dat is niet altijd te voorkomen. De pijnlijke realiteit is dan dat je je leven het beste kunt aanpassen door te leren leven met zo’n ziekte. Het kan natuurlijk wel zin hebben om daar hulp bij te vragen als je daar behoefte aan hebt.

6 Andere ziekte

Als je zelf een ziekte krijgt die een effect heeft op jouw seksualiteit, dan kan je ook vaginisme ontwikkelen. Als je bijvoorbeeld zelf een psychose krijgt en daardoor bijvoorbeeld heel wantrouwig wordt. Het is goed mogelijk dat je in je angst en wantrouwen dan ook vaginistisch reageert. Wat dan behandeld moet worden is de psychose. Vaak is dan medicatieve behandeling nodig. Als de psychose bedwongen is kan wel gekeken worden naar het vaginisme, maar dan moet je wel onder controle van een psychiater blijven en je moet je medicatie blijven slikken. Dat is nodig omdat de psychose anders terugkomt.

7 Ander probleem

Ook kwam er een keer een vrouw die vaginistisch was gaan reageren nadat haar partner zoveel problemen op zijn werk had, dat hij onvoldoende aandacht over had voor zijn geliefde. Het was wel een goede relatie, maar toch ontstond er vaginisme. Deze vrouw hoefde niet in behandeling te komen, want haar man droeg de oorzaak van het probleem. Hij kwam bij mij in therapie en slaagde er in om zijn probleem op zijn werk te transformeren. Deze man beschikte namelijk over zoveel kwaliteiten dat hij eigenlijk in een veel te lage functie zat. Hij bleek meer verstand van zaken te hebben dan de directie. Toen hij er in slaagde om dit op goede wijze duidelijk te maken begon zijn carriere pas echt. Ik vroeg daarna hoe het met de seks ging: dat ging weer prima. Niet zij, maar hij had hulp nodig. Wat een mooi resultaat was dat.

Tot zover dit tweeluik over redenen om niet in behandeling te gaan voor vaginisme.

Drs FreyaJoy Annemarie Tinbergen
Psycholoog-seksuoloog Amsterdam