Afkeer voor seks door schaamte overwinnen

Afkeer voor seks

Tess kwam bij mij in therapie vanwege afkeer voor seks. Ze was verloofd met David. Ze had echter altijd al een afkeer voor seks gehad. En de relatie met haar partner was mede daardoor moeizaam geworden. Hij had moeite om zich open te blijven stellen voor haar, omdat zij steeds met boosheid reageerde, elke keer als hij seksuele toenadering zocht. Dit was voor hem heel pijnlijk. Maar hij hield zoveel van haar dat hij toch bij haar bleef. Hij verdroeg de pijn van de seksuele afwijzing. En Tess hield van David.

Tess had ooit eerder weleens seksueel contact gehad met een man. Maar dat was een vreemde geweest. Ze kon alleen seksueel contact hebben met een man die ze niet kende en waar ze verder niets mee had. Zodra ze hem beter leerde kennen had ze het contact verbroken vanwege de hevig opkomende afkeer voor seks.

Bij David was dat anders gegaan. Ook bij hem beleefde ze die afkeer. Maar David was gebleven. Het was heel bijzonder dat David, haar huidige vriend, nog steeds in haar leven was ondanks alles. Het seksuele probleem was voor beiden heel moeilijk om te dragen. Maar het probleem bestond nu al een tijd, en David vond dat ze er nu wel een keer aan moest gaan werken.

En zodoende meldde Tess zich bij mij aan met de klacht “afkeer voor seks”.

Afkeer voor seks als vermijdingsstrategie van schaamte

Ik vroeg Tess om mij wat meer te vertellen over haar afkeer voor seks. Tess vertelde me dat ze zich heel erg schaamde voor haar seksualiteit en dat die schaamte elke keer zeer overweldigend opkwam als David haar benaderde, of als ze zelfs alleen maar dàcht aan seksualiteit.

Tess hoopte dat ze met mijn hulp zichzelf en haar seksuele verlangens zou leren accepteren, dat ze haar seksuele verlangens zou kunnen voelen en delen, en dat ze zich met dit verlangen zou kunnen verbinden met het verlangen van David.

Ik vroeg haar wat het allerergste was dat haar zou kunnen overkomen op een moment dat hij seksuele toenadering zou zoeken. En ze vertelde me dit.

“Als ik er maar over nadenk, de gedachte dat ik met David zou willen zoenen ..... dat is zo verschrikkelijk heftig, dan vind ik dat al benauwend. Als ik alleen maar denk aan een seksueel gevoel bij mezelf, dan krimp ik al ineen”. Dan rende ze het liefst al weg. Niet omdat ze niet van David hield. Want ze hield zielsveel van hem, maar omdat ze niet wist hoe ze weg moest komen van die vernietigende schaamtegevoelens die haar overweldigden. Ze had een panische angst voor haar schaamte en rende daarom het liefste weg. Het werd duidelijk dat Tess eigenlijk geen afkeer voor seks had, maar een afkeer voor schaamte. En dat is iets heel anders.

Maar op de momenten dat David een toenadering deed, bijvoorbeeld als ze in bed lagen en hij haar in zijn armen wilde nemen, dan kon Tess alleen maar wegvluchten voor de schaamte, door boos te worden op hem. De boosheid was een manier om afstand te creëren en daarmee de schaamtegevoelens te verminderen. En dat was voor hem heel pijnlijk. Maar het hielp Tess om de afstand weer te herstellen en zichzelf daarmee in emotioneel opzicht weer in veiligheid te brengen.

Moed en integriteit bij afkeer voor seks

Dat Tess me dit durfde te vertellen was een teken van grote integriteit en van moed. Ze durfde haar boosheid te benoemen als een vluchtweg voor haar angst voor haar schaamte. Daar had ik direct al veel respect voor. Verder op in dit artikel kom ik hier op terug, en dan zal duidelijk worden dat die woede nog een andere zeer belangrijke functie heeft.

Opnieuw vroeg ik haar wat het ergste voor haar zou zijn. “Het ergste zou zijn als hij er dingen van gaat zeggen. Stel dat we aan het vrijen zijn en dat ik geil wordt, stel dat hij er grapjes over gaat maken, dat hij in mijn persoonlijke ruimte komt waardoor ik overweldigd word (door de schaamte). “De gedachte alleen al: als hij zou zeggen “ik vind het fijn vind dat je dit doet” of “ik hou van je”. Dan raak ik helemaal in paniek”.

Ik vroeg haar naar haar gedachten hierover waardoor ze zich zo schaamde en waardoor ze zo in paniek raakte. En ze zei: “Het is alsof ik het niet mag, dan doe ik iets wat niet mag. Dat maakt me vies, dan ben ik minder, dan ben ik niet meer een sterke vrouw maar een lustobject, Dan ben ik iemand die zich te grabbel gooit, een vrouw van lichte zeden. Ik respecteer zelf mezelf dan niet meer...... En dan komt die schaamte op. De gedachte dat hij me ziet als iemand ...... mijn ware ik, .... in mijn ogen ben ik niet zoals andere mensen ...... Ik ben verkeerd en zwak. Dat hij ziet wie ik echt ben!”

Blijkbaar geloofde Tess dat zij een slecht mens is: “Ik ben verkeerd en zwak. Dat hij ziet wie ik echt ben!”. Maar was dat ook zo? Was zij echt een slecht mens? Dat vroeg ik me af.

Tess vertelde verder:

“Als ik echt die gevoelens zou hebben of echt met hem zou willen zoenen: dan valt mijn verdediging weg: dan heb ik heb niets meer van mezelf, ik kan niets meer privé houden (dat wens ik omdat dat veiliger is).... Hij kan dan doen en laten met mij wat hij wil”.

Vanuit de overtuiging dat ze slecht was, heeft ze de wens om “zichzelf” te verbergen. Mensen die zich schamen over zichzelf denken dat ze slecht en onacceptabel zijn, ook als dat in werkelijkheid helemaal niet zo is.

Maar ook was ze bang voor wat David dan met haar zou kunnen doen:

De allerergste nachtmerrie van Tess was ......... “als ik die seksuele gevoelens en wensen en verlangens zou toelaten in contact met David ............. dat ik daar later mee vernederd of gekwetst zou worden.... en dat ik dan totaal vernietigd zou worden door de vernedering”.

Wat een afschuwelijke beleving. Dit klonk mij in de oren als een groot trauma. Een trauma waarbij zij innerlijk vernietigd dreigde te raken als zij haar ware wensen en verlangens zou volgen. En dat trauma herbeleefde ze elke keer als ze maar dacht aan seksualiteit, of als haar partner liet merken dat hij haar aantrekkelijk vond en zei dat hij van haar hield.

Een tweede voorbeeld

Tess is niet de enige vrouw die kampt met zulke enorme schaamtegevoelens over zichzelf. Ook ik herken zulke schaamte. Ook ik heb een fase gehad waarin ik bang was totaal vernietigd te worden door vernedering over het hebben en koesteren van mijn ware wensen en verlangens naar intimiteit, liefde en seksuele verbinding. Ook ik was hier erg alleen mee, en in mijn gezin van herkomst werd van jongsafaan wreed omgegaan met mijn ware wensen en verlangens. Bij mij had die schaamte te maken met een vernietigende boodschap van mijn moeder vanaf mijn 2e jaar dat ik niet lief genoeg was om haar aandacht te krijgen. Wat ik ook deed, ik was niet lief genoeg. En ik ging geloven dat ik mijn “recht” op liefde was verloren. Het brak mijn hart. Dit was mijn grootste wond. Ik ging geloven dat er iets mis was met mij. En ik wilde alles op alles zetten om dat recht op liefde weer terug te winnen. Haar geluk is mijn geluk dacht ik. En ik ging mezelf verbeteren. Maar mijn moeder was wreed voor mij en gaf me geen enkele kans.

Ook qua seks heeft ze mij en mijn zusjes altijd erg vernederd. Met elk blijk van interesse in seksualiteit of verliefdheid, begon ze ons te honen, gaf ze ons een enorme minachting, en ze liet ons merken dat elke vorm van seks volslagen verachtelijk was, iets waardoor je ook voor eeuwig je recht op liefde zou verliezen. Om ooit weer recht op liefde te winnen zou ik mijn seksualiteit dus volkomen moeten verzaken. En mijn seksualiteit raakte beladen met overweldigende angst voor vernedering en en overweldigende schaamte. Ik kwam in een innerlijk conflict tussen mijn verlangen naar liefde en mijn verlangen naar seksuele intimiteit, terwijl deze verlangens eigenlijk bij elkaar horen. Maar ik moest wel trouwen van haar, en dan zou mijn man bepalen of we seks zouden hebben. Het was niet de bedoeling dat mijn seks ooit van mijzelf zou zijn.

Mijn vader had geen enkele empathie voor ons en maakte alleen maar grapjes. Hij deed dat meestal door de betekenis te veranderen van wat ik zei of uitte. Bijvoorbeeld: ik zat als kind een keer in mijn eentje heel verdrietig op de trap te huilen, waarom weet ik niet meer. Mijn vader kwam de trap af en zei “Zit je je zonden te tellen?”. En hij liep verder. Er was geen troost voor mij.

Ik had geen lieve ouders. Ik schaamde me voor mezelf en voor mijn wensen en verlangens en voor mijn emoties omdat ik van mijn ouders niet geleerd had om begrip voor mezelf te hebben.

En als jong volwassene had ik grote problemen met verliefdheid. Want zodra ik verliefd werd op een jongen, werd ik ook heel boos op hem. Maar hij had mij niets aangedaan, en ik begreep er niets van. Ik heb zelf diepgaand inzichtgevende psychotherapie nodig gehad om over die woede heen te komen, en om mijn schaamte voor mezelf te overwinnen. Deze problemen waren het gevolg van psychische en emotionele kindermishandeling thuis.

Dus ik herkende tot dusver al veel in het verhaal dat Tess me vertelde.

Oorzaken van schaamte

Schaamte is iets anders dan schuldgevoel. Schuldgevoel gaat over de overtuiging dat je iets verkeerd gedaan hebt. Schaamte is het gevolg van een vernietigende overtuiging over jezelf: dat je slecht bent of onacceptabel of dat je voor eeuwig verstoten bent.

Schaamte is iets dat meestal in de vroege jeugd ontstaat. Schaamte ontstaat tijdens trauma's op identiteitsniveau, ofwel identiteitstrauma's. Wanneer had ze deze schaamte voor het eerst gevoeld in haar leven?

Identiteitstrauma

Toen Tess nog een kleuter was was ze een keer ergens op een zeer vernederende manier voor gestraft. Ze had een keertje met poep op de muur geverfd. Toen haar ouders het merkten hebben ze haar gedwongen om bij de koffie toen het hele gezin bij een was te vertellen wat ze verkeerd had gedaan. Daarna hadden ze haar met zijn allen uitgelachen, en vervolgens werd ze voor straf in de gang gezet. Ze werd uitgesloten van alle gezelligheid in de huiskamer. Verschrikkelijk! Tess ging door de grond van schaamte. Dit was het moment waarop Tess was gaan geloven dat ze slecht was. En dit was het moment waarop Tess besloot om voortaan goed op te letten wat haar ouders wilden, en dat te doen, zodat ze niet nog een keer zo vernederd zou worden. Haar eigen wensen en verlangens en emoties begon ze te onderdrukken. Daar was vanaf nu geen plaats meer voor.

En zo ontstond iets wat ik een trauma kern noem. Een trauma kern is een geïsoleerd stukje bewustzijn waarin de beleving van een trauma bewaard wordt. De boven beschreven trauma kern van Tess bevat een verdrongen stukje emotie en herinnering waarin het ik veroordeeld is als slecht. De trauma kern is gedissocieerd (afgesplitst) van het dagelijkse bewustzijn, en van het dagelijkse ik-besef.

En elke keer wanneer Tess opnieuw contact maakt met deze trauma kern, wordt ze overweldigd door immense schaamtegevoelens, door angst en door boosheid behorend bij het trauma waarvan de herinnering en herbeleving opgesloten zit in de traumakern. En elke keer als ze weer weggaat van deze schaamtegevoelens wordt de traumakern opnieuw geïsoleerd. En daarmee worden de schaamtegevoelens, angst en boosheid weer weggehouden van het dagelijkse bewustzijn.

Afkeer voor seks door schaamte overwinnen

Traumaverwerking

Dit probleem kan wel opgelost worden. Het gaat om traumaverwerking. Wat nodig is is integratie in de bewuste persoonlijkheid van de gedissocieerde traumakern. Dat gaat niet zomaar. Daar zijn randvoorwaarden voor nodig om dat te kunnen laten gebeuren. Maar het is wel belangrijk dat die integratie zich voltrekt.

De traumakern bevat namelijk niet alleen een trauma maar ook een uitdaging voor groei. Het meest traumatische in deze traumakern is namelijk niet de vernedering die ze onderging, alhoewel ze daar intense nare emoties bij gevoeld heeft. En het was beslist een traumatische ervaring voor haar. Maar het ergste van dit trauma bestaat uit de conclusies die ze als klein meisje van 4 a 5 jaar getrokken heeft. En die conclusies waren verkeerd.

Verkeerde trauma conclusies corrigeren

Tess was gaan geloven dat zij verkeerd was op identiteitsniveau. Echter: het maakt een kind nog niet slecht als zij met poep gesmeerd heeft. Op jonge leeftijd zijn kinderen aan het ontdekken wat ze allemaal kunnen: bijvoorbeeld, het licht aan doen door op een knopje te drukken, een tekening maken van een kop-poter en van de zon; maar ook poepen, piesen, en ..... een tekening maken met poep. Dat maakt allemaal deel uit van de ontdekkingsreis van een kind op weg naar volwassenheid. Het is een teken van persoonlijke groei, van creativiteit en van de ontwikkeling van eigen macht. Dus in volle onschuld heeft Tess als klein meisje een poeptekening gemaakt op de muur. Wat een geweldig blijk van groeiende creativiteit! Wat een onschuld! En wat een persoonlijke groei! Daar is op zich niets slechts aan.

Natuurlijk is het niet zo hygienisch, en het moet wel schoongemaakt worden. Maar hoe had Tess dat kunnen weten? Ook al was het niet hygienisch om poep op de muur te smeren, het maakt Tess nog niet slecht. Integendeel. En als Tess niet slecht is, is er niets waar zij zich voor hoeft te schamen. En als ze zich niet hoeft te schamen, hoeft ze zichzelf ook niet te verbergen. En als ze zichc niet hoeft te schamen, hoeft ze zich ook niet af te keren van haar ware wensen, verlangens en gevoelens. En dan hoeft ze zich ook niet af te keren van seks.

Wat was er slecht?

Wat was er slecht? De opvoedingspraktijken van haar ouders waren slecht. Ze hebben schaamte geïnduceerd bij Tess door haar zo enorm te vernederen met iets wat zij in volle onschuld heeft gedaan. Dat was een slechte opvoedingspraktijk. Haar ouders hadden haar beter kunnen vertellen dat het een mooie tekening was, maar dat ze die beter niet met poep kon maken, maar wel met bijvoorbeeld kleurpotloden of vingerverf. Ze hadden haar kunnen vertellen dat poep vies is en dat ze haar handen moet wassen. En dat het geweldig is dat ze kan poepen. Misschien dat ze er wel naar mag kijken, maar daarna doortrekken.

Maar er was meer mis met de opvoedingspraktijken van haar ouders: Tess was een mager kind, en daarom noemden haar ouders haar vaak “breinaald”. “Zeg breinaald, kom je eten?” Wie wil zo aangesproken worden? Ik vind het een respectloze manier van omgaan met je kind. Ik vind dat Tess psychologische kindermishandeling heeft ondergaan. En helaas leidt psychologische kindermishandeling tot schaamte tot emotionele moeilijkheden, soms tot gedragsmoeilijkheden, of leerproblemen, omdat het kind te weinig aandacht overhoudt om te leren, want het moet zoveel ellende verwerken. En tot een laag zelfbeeld, tot moeilijkheden in het opbouwen van relaties en later tot moeilijkheden tijdens (seksuele) intimiteit.

Tess is niet slecht. Tess is slecht behandeld.

Weggestopte woede bij afkeer voor seks

Tess heeft moeite met seks, omdat tijdens het opkomen van seksuele gevoelens, ook al haar andere verdrongen emoties uit de traumakern bovenkomen. Dus dan voelt ze schaamte en angst en woede. De woede is ze geneigd in te zetten in een aanval jegens haar geliefde. Maar eigenlijk was die woede bedoeld om zich te verdedigen tegen de mishandelingsaanval van haar ouders toen Tess nog klein was. Tegelijk is de woede voor Tess beter te verdragen dan de schaamte en de angst. En dat is ook begrijpelijk. Want je woede kan je gebruiken om jezelf te beschermen tegen een aanval. En in principe is dat goed. Dat is een noodzakelijke overlevingsstrategie voor vele levensvormen.

Wanneer Tess er in slaagt om haar trauma te verwerken, en wanneer ze er in slaagt om de gedissocieerde trauma kern te integreren in haar gezonde bewustzijn, dan zal de lading van de nare emoties van de trauma kern flink afnemen. Haar woede zal vrijkomen om krachtig grenzen te stellen tegen de psychische en emotionele mishandeling in relatie tot de daders: haar ouders. En dan komt er ruimte vrij voor het ongedwongen en onschuldig ervaren van haar ware gevoelens, wensen en verlangens, zodat zij die in vrijheid kan delen met haar geliefde partner David. En dan wordt plezierige seksuele intimiteit in verbinding met hem waarschijnlijk een stuk gemakkelijker. Wie weet hoeveel passie ze dan nog met hem samen gaat beleven?

Drs FreyaJoy Tinbergen

PS De namen in dit artikel zijn verzonnen en details in het verhaal zijn veranderd om herkenning te voorkomen.